Monumenten

St Ceciliakerk

De eenbeukige kerk was oorspronkelijk gewijd aan Cecilia. De zadeldaktoren uit de 13e eeuw is in 1825-’33 en in 1969-’70 gerestaureerd. De gescheurde luidklok (1668) van Jurjen Balthasar werd in 1909 opnieuw gegoten door de gebroeders Van Bergen. In de 15e/16e eeuw werd het driezijdig gesloten koor en het schip gebouwd. In de kerk bevinden zich een preekstoel met doophek in rococostijl en twee herenbanken uit de 18e eeuw. Tegen de oostelijke koorsluiting hangt een lijst van predikanten (vanaf 1593). Het orgel uit 1814 is gebouwd door J.A. Hillebrand en in 1831 gewijzigd door Albertus van Gruisen en in 1970 gerestaureerd door Bakker & Timmenga. De kerk is een rijksmonument. Bron: wikipedia

sint-cecilia sint-cecilia1

________________________________________________________________________

 

Donia Sathe

Boerderij aan de Roptawei 5

gunar-daan1 gunar-daan

Grote kop-hals-romptype boerderij blijkens stichtingsteen in de achtergevel in 1803 gebouwd. In de blinde voorgevel een topvenster door roeden verdeelt; schoorstenen met natuurstenen lijst en hoekstenen.

De boerderij heeft een bakhuis en bijschuur.

Omschrijving van de boerderij:
Dona of Donia Sathe.
Ten zuiden van Fookma ligt Donia sathe, sedert 1977 als woonboerderij in gebruik. Volgens Buwalda zou deze boerderij in 1511 vermeld zijn als pachtboerderij van het klooster Bethlehem. De sathe was toen 101 pondemaat groot. In 1640 werd de boerderij gekocht door dijkgraaf Tiete Tietes; rond 1700 was Upt Cornelis eigenaar, die zich Doma noemde en ook in de kerk begraven ligt. In de tweede helft van de 18e eeuw is het weer een pachtboerderij. In 1768 werd Jan Harmens eigenaar en zijn weduwe liet blijkens een gevelsteen in de achtergevel de boerderij in 1803 vernieuwen: ‘Deze huizinge is gebouwd/door Maayke Hendriks van der Meij/laatste weduwe van wijlen/Jan Harmens Rintjema/woonachtig te Nes/in den jaren/1803′.
Gebouw:
De in 1803 herbouwde boerderij heeft een vrij kort binhús onder zadeldak tegen een voortopgevel, waarin op de verdieping een groot venster staat, sedert de restauratie opnieuw door roeden in kleine ruiten verdeelt. Het achterste gedeelte van het binhús is onderkelderd. Naast de hals is tegen de schuur een kamer uitgebouwd tegen de topgevel, waarin beganegronds twee smalle vensters zitten. In de ‘binnenhoek’ van de boerderij staat een stookhut.
De achtergevel, die in ankers eveneens 1803 is gedateerd, is gaaf met naast elkaar twee ingangen, een voor de koestal en een voor de paardenstal en de uitrit bij de langste schuurgevel; aan die zijde is bovendien een bijschuur gebouwd voor kleinvee en pluimvee. De vensters zijn bij de restauratie opnieuw van roeden voorzien. De inwendige betegeling werd grotendeels hersteld en aangevuld; de indeling is enigszins gewijzigd. Een tegeltableau uit de schouw is elders in het huis aangebracht. In de hals zijn kapitelen toegepast die afkomstig waren van de achtergevel van de afgebroken boerderij op Tilburen, Oostrum; elders in het huis is een eenvoudig bedschot uit Headamsterwei 1 te Morra.  Bron: Noordelijk Oostergo De Dongeradelen.