Algemeen

Oosternijkerk (Fries: Easternijtsjerk, of kortweg Nijtsjerk) is een dorp in de gemeente Dongeradeel, provincie Friesland (Nederland). Het telt 930 inwoners (2007) en is daarmee een van de grotere dorpen van de gemeente.De naam geeft aan dat het een betrekkelijk jong dorp is. Om verwarring met Nijkerk in Ferwerderadeel te voorkomen werd het dorp Oosternijkerk genoemd. Het dorp in Ferwerderadeel werd voortaan Westernijkerk genoemd.

Ons dorp is in verhouding tot de meeste dorpen in gemeente Dongeradeel een redelijk groot dorp, er wonen ongeveer 820 mensen. Het is een levendig dorp en het trekt dan ook veel jonge gezinnen. De christelijke basisschool “de Foeke Sjoerds Skoalle”  telt ruim 110 leerlingen.

Het dorp heeft een regionale functie voor wat betreft wonen, sociale activiteiten en heeft een actief verenigingsleven. Daarnaast is Oosternijkerk een ondernemend dorp, met relatief veel bedrijven.

Oosternijkerk in de kop van Friesland

Het dorpsbelang van Oosternijkerk stimuleert deze ontwikkelingen dan ook door in te zetten op woonkwaliteit, leefbaarheid en uitbreiding van het bedrijventerrein voor de ondernemers.

Beroemd inwoner van Oosternijkerk was Foeke Sjoerds, historieschrijver van Friesland. De ‘Foeke Sjoerds Skoalle’ en ‘Foeke Sjoerdsstrjitte’ herinneren aan hem.

Bollingawier (Fries: Bollingwier)
Een eindje ten westen van Oosternijkerk ligt de buurtschap Bollingawier. De naam kan worden verklaard als ‘de terp van Boele’ of naar een familienaam Bollinga. De kernbetekenis van deze naam is ‘strijd’. Er staan een paar monumentale boerderijen.

De schrijfster Froukje Annema-Noordenbos heeft het grootste deel van haar jeugd in Bollingawier gewoond. Froukje schreef gedichten, boeken en toneelstukken. In Oosternijkerk is in 1998 een monument voor haar geplaatst. Meer informatie over Froukje Annema kunt u op deze site onder “historie” vinden.

Ontstaan
Oosternijkerk heeft geen terp, maar is een streekdorp. Dit zou erop kunnen wijzen dat het pas in de 11e eeuw is ontstaan, nadat de dijken in het gebied al waren aangelegd. Bij het bedijken waren vooral kloosters betrokken. Zo valt te verklaren waarom veel grond in Oosternijkerk in het bezit van kloosters was. Alle belangrijke kloosters uit de buurt hadden hier grond.
De Cisterciënzers hadden de meeste grond in handen. De kloosters bewerkten hun grond zelf. Ze hadden ook een uithof, en de kerk werd bediend door de Norbertijnen.

Oosternijkerk wordt in de 13e eeuw voor het eerst genoemd. Het Dokkumer echtpaar Dodo en Siburgis schonk tussen 1165 en 1170 hun boerderij aan het klooster Mariëngaarde bij Hallum onder voorwaarde dat in het gebied een kerk wordt gebouwd. Vanuit hun nieuwe bezit stichtten de monniken het dorp en een aan Sint Cecilia gewijde kerk.

Kerken
De toren uit de 13e eeuw is het oudste deel van de kerk. Het is een zware toren van baksteen met een zadeldak en nissen onder het zadeldak. Van de eigenlijke kerk is het koor het oudst. Het laatgotische schip is later gebouwd. Het koor zou een overblijfsel kunnen zijn van een eerdere kloosterkapel. In de kerk is aardig rococomeubilair te vinden. Het orgel dateert uit 1814 en is gebouwd door J.A. Hillebrand, een orgelbouwer die uit Duitsland kwam. Hij heeft ook in Niawier een orgel gebouwd.

De gereformeerde kerk  (Sint Cecilia) dateert uit 1890.

sint-cecilia

Het  dorpswapen
betekenis: “Gedeeld : I in keel een klimmende windhond van zilver; II in azuur een orgelpijp van zilver, in het schildhoofd vergezeld van twee rozen van hetzelfde.”

Oorsprong/verklaring :
De windhond en de rozen zijn afkomstig uit het wapen van de familie Sjoorda. De orgelpijp is (een onderdeel) van het symbool van de voormalige kerkpatroon, de H. Cecilia (haar symbool is een orgel). De verdeling van het schild is afgeleid van de verdeling van het buurdorp Nes.

Literatuur : Anoniem, 1994 (Wapens en vlaggen van Dongeradeel)